11 dec 2023

De Nederlandse woningmarkt: herhaling van de geschiedenis?

Woningnood is niet nieuw. En hoe Nederland deze nood te lijf gaat vertoont ook veel overeenkomsten met vroeger. Zouden we niet wat vaker achterom moeten kijken om oplossingen voor de huidige situatie te vinden?

Laten we eens een paar momenten in de geschiedenis bekijken waar er sprake was van woningnood.

In de 19e eeuw betekende woningnood vooral dat de kwaliteit van de woningen slecht was. Door de trek naar de stad als gevolg van de industrialisering was er een tekort aan woningen en werden arbeiders gehuisvest in krotten, meestal in vochtige kelders of op zolders.

De overheid deed er lange tijd niets aan. De rijke elite wel. Niet alleen uit medeleven, maar ook omdat ze gezonde arbeiders nodig hadden waarvoor goede huisvesting een voorwaarde was. De eerste woningbouwvereniging werd in 1852 opgericht door een rijke Amsterdamse zakenman. Er volgden meer woningbouwverenigingen die woningen bouwden voor de arbeiders. Pas een halve eeuw later, in 1901 werd volkshuisvesting een taak van de overheid en kwam de Woningwet tot stand. Heel even leek de woningnood opgelost, maar toen diende de wereldoorlogen zich aan.

Korte Koningsstraat 13hs Amsterdam op een foto uit juni 1934, in het archief van de Gemeentelijke Dienst Volkshuisvesting, voorheen de Woningdienst.

Na de Tweede Wereldoorlog was het woningtekort zo hoog dat het als volksvijand nummer 1 werd bestempeld. Tijdens de oorlog had de bouw stil geleden en waren er veel woningen verloren waren gegaan. Gecombineerd met een sterke bevolkingsgroei bedroeg het woningtekort in 1947 ca 482.000 woningen. Toch deed ook nu de overheid lange tijd niets. De opbouw van fabrieken en infrastructuur kreeg prioriteit. Pas in 1963 voert de Nederlandse overheid het bouwtempo op tot 100.000 per jaar. Particuliere bouwers en beleggers waren er in deze tijd nauwelijks. Nederland is arm en de huren blijven lang bevroren op het prijspeil van 1939. Zonder financiële steun is een sluitende exploitatie van nieuwbouw voor ontwikkelaars onmogelijk.

Anno 2023 bedraagt het woningtekort 400.000 woningen. Dat tekort wordt niet alleen veroorzaakt door het lage aantal opgeleverde nieuwbouwwoningen (<50.000 per jaar) in de jaren 2012-2015. Onze woonwensen zijn ook veranderd (hierover meer onderaan dit artikel). Huishoudens zijn verkleind en per saldo wonen we per persoon op meer vierkante meters. Daarnaast blijven ouderen langer thuis en willen jongeren sneller zelfstandig wonen. En ons inwonertal groeit als gevolg van migratie.

Hoe zouden ze vroeger het huidige probleem hebben opgelost? Tja, de geschiedenis herhaalt zich vrees ik. Want de overheid stimuleerde de bouw van woningen niet. In 2017 hief de overheid het ministerie van Wonen zichzelf op, want de woningmarkt was zogezegd ‘af’. Echter, de markt kreeg het niet makkelijker om woningen op te leveren, want lokale overheden remden de woningbouw door het stellen van andere prioriteiten. Provincies en gemeenten stelden te beperkt grond beschikbaar waardoor de schaarste en vervolgens de prijzen toenamen (in grove lijnen, andere factoren speelden hierbij ook een rol).

En nu dan? In het verleden zagen we dat overheidssubsidie en regie door Rijksoverheid werkten om het woningtekort te verkleinen. Is dat nu weer een oplossing? Ja, dat zal zeker helpen, maar er is meer nodig. Geen wirwar van lokale regels meer die bouwprocessen vertragen, vertrouwen herstellen tussen (lokale) overheid en ontwikkelaars/beleggers, kleinere afstanden tussen stad en buitengebied door betere (OV) verbindingen, kleiner bouwen en die huizen bouwen waardoor doorstroming op gang komt.

En vooral, gewoon dóen, niet lullen maar poetsen zoals ze in Rotterdam zeggen.

Bron: Sophie Kraaijeveld ING Sector Banking

Terug naar overzicht